![]() |
||||||||||||||
| Het verhaal van M.F. Chapman | ||||||||||||||
| Degene onder ons die van chinchilla ’s houden en deze als huisdieren hebben, hebben Mathias F. Chapman voor dit plezier aan deze lieve diertjes te danken. | ||||||||||||||
| Bijna elke levende chinchilla van vandaag de dag die als huisdier wordt gehouden, is een verre nakomeling van de originele chinchillagroep van M.F. Chapman.Lees het verhaal van de man die de chinchilla geacclimatiseerd heeft. | ![]() |
|||||||||||||
| De jacht op chinchilla ’s Een paar honderd jaar geleden was de chinchilla nog niet bekend buiten om zijn leefgebied in het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte (Peru, Chili). De chinchilla ’s leefden in grote groepen in dit rotsachtige gebied. Bij gevaar schuilden ze in grotten en rotsspleten. De jacht op de diertjes is begonnen met de Chinca Indianen, die hun bont gebruikten voor dekens en kledingstukken. In de dierenketen waren ze vooral een lekker hapje voor de roofvogels. Toen in 1500 de Spanjaarden Zuid-Amerika veroverden, en daarmee het gebied waar de Chinca Indianen woonden, ontdekten ze de chinchilla en is de handel in chinchillabont begonnen. De chinchilla ’s werden gedood en hun bont werd verscheept naar Europa, in eerste instantie als giften aan mensen van adellijke stand. Vanaf 1700 steeg de populariteit aan chinchillabont in Europa enorm en werd inmiddels veel geld voor het bont gevraagd. Met uitsterven bedreigd Rond 1800 slaagden chinchillajagers erin om de wilde chinchillagroepen sterk in aantal terug te brengen. In 1899 verhandelde Richard Glick, met als bijnaam de "Chinchilla King", uit Leipzig, Duitsland, 78.500 huiden en in 1900 en 1901 meer dan 300.000 huiden. Men schat dat gedurende deze periode meer dan een miljoen chinchilla ’s gevangen zijn. Hun bont werd verscheept naar Europa en daar verkocht voor steeds hogere prijzen. De chinchilla dreigde uit te sterven. |
||||||||||||||
| De ontmoeting tussen M.F. Chapman en de chinchilla Mathias F. Chapman werkte in 1918 als mijnbouwingenieur voor Koper Anaconda in Chili toen op een dag een lokale inheemse Chileense Indiër het kamp binnenkwam met een chinchilla. Hij hield het diertje gevangen in een tinnen blik en wilde het diertje verkopen. Chapman kocht de chinchilla en raakte meer en meer geïnteresseerd in dit kleine dier. |
![]() |
|||||||||||||
| Vanuit zijn ervaringen met deze chinchilla ontwikkelde hij een plan om meer chinchilla´s te verkrijgen en hen te vervoeren naar de Verenigde Staten. Zijn gedachte was om chinchilla ’s als huisdieren te gaan kweken. In 1919 begint M.F. Chapman, samen met 23 zeer ervaren chinchillajagers, een zoektocht naar de overgebleven chinchilla ’s. Hij hoopte zoveel mogelijk diertjes te vangen, zodat hij hiermee een kweekprogramma kon gaan opzetten. Er leefden verschillende "type" chinchilla ’s in het Andesgebergte. Het kleinere type Costina leefde in de lagere gebieden en het grotere type Lanigera leefde in de hogere gebieden van het Andesgebergte. De woning van M. F. Chapman in Potrerillos te Chili, was gelegen op een hoogte van 10.400 voet, ter hoogte van de grens tussen het leefgebied van de kleinere Costina en het leefgebied van de grotere Lanigera. Aangezien de meeste laaglandchinchilla ’s (type Costina) reeds waren gevangen tegen de tijd dat Chapman met zijn inzameling begon, gaat men ervan uit dat het grootste deel van zijn dieren van het type Lanigera waren. | ||||||||||||||
![]() |
De zoektocht naar chinchilla ’s De zoektocht naar chinchilla ’s was niet gemakkelijk. Toen de 23 chinchillajagers minder chinchilla ’s vingen dan verwacht, voerde Chapman zijn plannen op en reisde nog meer gebieden door. Een chinchillajager die een chinchilla ving, rapporteerde dat het vier weken had geduurd om terug te keren van de plek waar hij de chinchilla had gevangen. De chinchilla werd hierbij in een laadkist, gemaakt van vijf lege olieblikken, door een ezel gedragen. Het diertje was gevoed, maar had geen water gekregen aangezien geloofd werd dat een chinchilla niet dronk en juist dood zou gaan als hij water toegediend zou krijgen. Het diertje zou op een gebiedsverhoging tussen 14.000 en 18.000 voet gevangen zijn en heeft het uiteraard niet overleefd. Het vergde drie jaar voor Chapman om uiteindelijk elf chinchilla ’s te verkrijgen die geschikt waren voor de kweek. Het is niet bekend hoeveel van de chinchilla ’s van het type Costina waren en hoeveel van het type Lanigera, maar het was wel duidelijk dat de elf chinchilla ’s verschillende types uit verschillende gebieden vertegenwoordigden. Van deze elf chinchilla ’s waren slechts drie ervan vrouwtjes. |
|||||||||||||
![]() |
In 1922 begon Chapman met deze kostbare inzameling aan zijn reis terug vanuit de bergen naar zijn woning in Potrerillos te Chili. De afdalende tocht vanuit de bergen naar zijn woning werd in verschillende etappes genomen, zodat de dieren de kans kregen zich aan de veranderingen in hoogte aan te passen. De chinchilla ’s werden vervoerd in grote houten kooien die Chapman speciaal had laten maken. Ze werden uit de zon gehouden en de kooien werden, indien noodzakelijk, met ijs gekoeld. Dankzij de goede zorg van Chapman hebben alle elf chinchilla ’s de afdaling van de berg overleefd. Nu moest hij nog toestemming krijgen van de Chileense overheid om zijn chinchilla ’s uit te voeren naar de Verenigde Staten. Aanvankelijk kreeg Chapman geen toestemming om de chinchilla ’s mee over de grens te nemen, echter dankzij zijn enorme doorzettingsvermogen kreeg Chapman in 1923 toestemming van de Chileense overheid om de chinchilla ’s uit te voeren. | |||||||||||||
| De export naar Amerika De chinchilla ’s werden met de trein vervoerd naar de kust. Van daaruit voeren ze met de stoomboot "Palena" naar Callao. In Callao gingen Chapman en zijn vrouw met hun elf chinchilla ’s aan boord van het Japanse vrachtschip "Anyu Maru" voor hun reis naar San Pedro, Californië. Uit angst niet mee aan boord te mogen, heeft Chapman de kapitein niet op de hoogte gesteld van zijn chinchilla ’s. Met hulp van zijn vrienden, die de chinchilla ’s in hun zakken hadden gestopt, zijn de diertjes in de cabine van de heer en mevrouw Chapman terechtgekomen. Pas nadat ze goed en wel op zee waren, deelde M. Chapman de kapitein mee dat er chinchilla ’s in zijn cabine aanwezig waren. Chapman had de kooien uit het vrachtruim naar boven laten komen en dreigde iedereen te vervolgen die zich op welke manier dan ook met de chinchilla ’s zou bemoeien. |
||||||||||||||
| Om de hitte tijdens de reis te bestrijden, zorgden Chapman en zijn vrouw om de beurt voor ijscompartimenten en natte handdoeken om de kooien koel te houden. Toen de heer en mevrouw Chapman op 22 februari 1923 (de verjaardag van president Washington) in San Pedro aankwamen, hadden ze twaalf chinchilla ’s bij zich… één chinchilla was tijdens de reis gestorven en er waren twee chinchillababy ’s geboren. Vanuit San Pedro verhuisden de Chapmans met de twaalf chinchilla ’s naar Los Angels, waar ze voor korte tijd verbleven. | ![]() |
|||||||||||||
| Tijdens het verblijf in Los Angels liet Chapman een chinchillafarm bouwen in het hoger gelegen woestijngebied van Tehachapi, Californië. De eerste chinchillafarm in Amerika overigens! Toen de farm klaar was, verhuisden de Chapmans met de twaalf chinchilla ’s naar Tehachapi. | ||||||||||||||
| Problemen In Tehachapi kampte Chapman van begin af aan met problemen. Het bronwater, waar de chinchilla ’s van moesten drinken, was chemisch verontreinigd (wat de chinchilla ’s beïnvloedden in hun voortplanting) en later kreeg Chapman te kampen met diefstal, waarbij de helft van zijn dieren gestolen werd. De dieven hadden de sloten van de kooien vernield en een groot aantal diertjes meegenomen. Tijdens hun vlucht werden de chinchilla ’s vervoerd door de hete woestijn in auto ’s. Hierbij kwamen vele chinchilla ’s om. De dieren die de vlucht overleefd hadden, verlieten het land via een stoomboot van Brownsville, Texas, naar Europa. M.F. Chapman heeft zich ervoor ingezet dat de chinchilla ’s die bij aankomst in Europa nog in leven waren, in opdracht van de Europese autoriteiten, werden overgedragen aan ene dokter Muller. Hier hebben de uitgeputte dieren kunnen bijkomen en door de goede zorg van dokter Muller hebben deze diertjes het uiteindelijk overleefd. |
||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||
| Inglewood, Californië Na veel teleurstellingen en verliezen, keerde Chapman met de chinchilla ’s terug naar het plattelandsgebied "Inglewood", Californië (exacte locatie: 4957 West 104th Street). Dit gebied heeft Chapman bouwrijp gemaakt en de leefcondities verbeterd, zodat hij opnieuw een chinchillafarm kon gaan bouwen. |
||||||||||||||
| Alles verliep naar wens en niet lang nadat de bouw van de eerste farm werd voltooid, werd een tweede reeks grotere en stevigere gebouwen neergezet. De gebouwen werden uit bakstenen vervaardigd met binnenin een ruimte van plusminus 2 x 2,5 meter. Hierbij was de ruimte hoog genoeg om binnen rechtop te kunnen staan. Ter isolatie lag er plusminus 15 cm grond op het dak met daarboven een luchtruimte van plusminus 30 cm, welke door een goed dak werd bedekt. De ruimte voor de kooien was plusminus 2 x 2 meter en ook deze ruimte was hoog genoeg om in te kunnen staan en lopen. Elke kooi bevatte een geïsoleerde nestdoos, waarin de vrouwtjes konden bevallen. Het idee van Chapman was om zo'n omgeving te creëren, dat de dieren hier zonder problemen in gevangenschap konden leven. Dankzij de goede zorg en de vindingrijkheid van M.F. Chapman bloeiden zijn chinchilla ’s helemaal op.
M.F. Chapman stierf op 26 december 1934, elf jaar nadat hij was begonnen met het domesticeren van de chinchilla. Het grote experiment van Chapman resulteerde letterlijk in de geboorte van de chinchilla-industrie! Later waren er een paar type Costina chinchilla ’s en een paar type Brevicaudata chinchilla ’s, die vanuit Zuid-Amerika waren ingevoerd en met enkelen uit de vroegere chinchillagroepen werden gekruist. |
![]() |
|||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
| Hoe dan ook kan bij de opzet van chinchillagroepen van vandaag de dag een link worden gelegd naar de elf originele dieren van M.F. Chapman. Enkele van deze originele elf chinchilla ’s overleefden M.F. Chapman. Één van zijn dieren (degene die als achtste gevangen was en om die reden ook getatoeëerd was met het nummer 8) is ongeveer 22 jaar oud geworden! Zijn nauwkeurige leeftijd was niet exact vast te stellen, aangezien hij in het wild geboren was. Zijn bijnaam was "Old Hoff", naar de Duitse smid die de kooien heeft gebouwd die gebruikt werden tijdens het verschepen van Chapman's chinchilla's naar de Verenigde Staten. | ||||||||||||||